De deur
08.29.08 (10:45 pm) [edit]
Als je dit leest, dan bedank ik je alvast om hier even langs te komen en wat op je gemak te lezen. Waarom start iemand een blog om wat teksten en gedachten tentoon te spreiden, aan te bieden aan de wereld, ongeacht van't feit of velen het ooit zullen lezen? Wel, soms moeten sommige dingen kruipen waar ze niet gaan kunnen en dat was voor mij juist hetzelfde.
Op 31-jarige leeftijd kom ik tot het besluit dat ik wat meer zou moeten doen met mezelf. Eigenlijk ben ik daar al langer mee bezig natuurlijk, met mezelf. Maar niet in't schrijven. Dat is iets wat ik misschien niet hoger naar waarde heb geschat, simpelweg omdat ik niet tot het volle besef kwam dat je met sommigen gaven wat meer moet doen. Gave wil ik dan graag in zijn juiste context plaatsen, want het is nu niet zo dat ik de pannen van het dak schrijf. Ik woon in een appartement zonder dakpannen, dus 't zou niet zo simpel zijn. En indien er toch dakpannen waren en ik die eraf schreef, dan zou de huisbazin daar niet zo content mee zijn.
De pen die ik hanteer, zijn er eigenlijk tien. Tien vingers. Pennen geraken wat uit de mode en typen gaat gewoon sneller. En toch is en blijft de pen het symbool van een schrijver. Het middel dat hij gebruikt om z'n gedachten, fantasieën, gevoelens, kennis en/of belevenissen kenbaar te maken.
Het meest primitieve middel om te schrijven is in mijn ogen een witte glanzende ganzeveer, onvermijdelijk verbonden met het potje inkt. Het kan zijn dat er nog iets ouders bestaat, maar daar kan ik niet zo direct opkomen. In ieder geval: wat is er mooier dan een pen ter hand te nemen, aan je bureau te zitten... jij alleen samen met die olielamp..ijverig schrijvend...met een glaasje whiskey.
Bij mij is het wat minder romantisch: laptop, hallogeenlampen (met toch een betrekkelijk geel-rood effect) en omringd door veel rommel en papier, geen whiskey. This is a man's appartement.. and damn proud of it.
Op die manier tracht ik op mijn eigen manier een aantal zaken kenbaar te maken aan de wereld.
En eigenlijk moet ik daar een aantal mensen voor bedanken, die mij op enkele momenten en in de loop van de jaren lieten weten dat ze het goed vonden, hetgeen in schreef. Zonder die kleine complimentjes zou ik nu niet aan de slag zijn gegaan.
Het begon lang geleden, ik moet ongeveer 11-12 jaar geweest zijn, toen ik druk bezig was om me in Kring 11 of 12 voor te bereiden om m'n vormsel te doen. De les was bij een koppel thuis, niet zo ver van waar ik woonde. Ik ga het zeggen zoals het is: de twee zouden meer dan zeker laatste zijn geweest in de Miss en Mister Aardbeiverkiezing, hell, ze zouden zelfs de kwalificaties niet hebben overleefd. Maar ze waren wel zorgzaam en lief. Heel ontvankelijk en gastvrij. Mensen die het verdienen om met elkaar gelukkig te zijn. En alletwee gemaakt om hun liefde voor de mens aan jongere mensen door te geven. Elke keer we er langs gingen, moest iemand van de groep een gebedje meenemen. Zelf eentje maken mocht ook. Ik koos voor de laatste optie. Het gebedje zelf bestaat niet meer. Niet meer op papier en ook niet in m'n hoofd. Toch heeft het een complimentje van de vrouw aan mijn ouders teweeg gebracht. Dat het een mooi gebedje was. 't Is maar een klein iets en toch heb ik het onthouden.
Jaren later, toen ik de middelbare en hogeschool had doorlopen en al aan't werk was geslagen, heb ik mij nog wel eens gewaagd aan kleinere dingen, zoals het schrijven van een tekst van drie bladzijden in potlood. Ik moet het op m'n kamer hebben geschreven, om het vervolgens mee naar beneden te hebben gebracht (samen met een hoop kladpapier). Ik liet het daar liggen, op de hoek van de tafel. Ik wist dat het er lag. Weken, wellicht maanden gingen voorbij terwijl die potloodtekst daar bleef liggen.
Helemaal onderaan. Misschien liet ik het wel express liggen, omdat ik wilde dat iemand het zou zien.
Mocht niemand het opmerken, had ik het ook goed gevonden. Maar uiteindelijk gebeurde het: moeder en zussen confronteerden mij met drie velletjes potloodtekst: 'heb jij dat geschreven?'. Ik kon niet anders dan bevestigen en tot mijn verbazing, vonden ze het best leuk om lezen. Ook dat heb ik onthouden. En nu? Nu heb ik er mij weer aan gewaagd. Ik schreef ondertussen wel wat hoor. Maar meer gevoelens, over mezelf (en dat blijft voorlopig ook voor mezelf). Je niet goed voelen, gebeurt nu éénmaal in een mensenleven.
En nu, nu alles wat beter is, tracht ik er meer een hobby/bezigheid van te maken. En kan ik schrijven over alles wat ik wil. Het kan droevig, meewarig, fantasierijk of grappig zijn. Met wat verbeelding kan je alle kanten uit. Een Tolkien zal ik niet worden en dat hoeft ook niet. De teksten zullen zichzelf wel vormen, naar wat ik denk, meemaak en wie of wat ik tegenkom.
De pen heb ik beschreven, maar de Brandy nog niet. Ik schrijf het met een hoofdletter omdat Brandy ook de naam van onze kat was. Hij is nu dood, maar hij heeft nog altijd een plaatsje op mijn buffetkast. Toen hij andere oorden opzocht, heb ik ook wat geschreven. Daar kom ik nu juist op.
Ik moet nog eens zoeken waar de tekst ligt en dan verschijnt ie hier misschien ooit nog eens op.
Veel leesplezier!